
Crisis kan snel Verenigde Staten bereiken
Griekenland kampt al jaren met een crisis, terwijl de Verenigde Staten geen geschiedenis heeft van het niet kunnen terugbetalen van de schulden.
Anheuser-Busch snijdt schulden weg
Schulden afbouwen is dan ook een belangrijk motto van de brouwer na de monsterovername van Anheuser-Busch in de zomer van 2008 voor bijna 55 miljard dollar.
Grote staking van start in Griekenland
(Novum/AP) - Het door schulden geplaagde Griekenland kreeg donderdag wederom een tegenslag te verwerken. In het hele land ging een lang tevoren
Jeugdcampagne Wijzer in geldzaken
Uit onderzoek blijkt dat maar liefst eenderde van de jeugd zogenoemd financieel risicovol gedrag vertoont: zij hebben schulden en zetten geld in bij
Na de cel het warme bad
Een van de grote problemen zijn de schulden die deze groep heeft opgebouwd. Volgens het ministerie zit 70 procent van de ex-gedetineerden in financiele
Uitkering
Slechts in ca. 5% van alle faillissementen is er voldoende actief om een
uikering aan concurrente schuldeisers te doen. In die gevallen dient de curator
de ingediende vorderingen uiteraard wel te toetsen (conform art. 111 Fw). De
definitieve hoogte van de vorderingen wordt vastgesteld op een
verificatievergadering, een speciale zitting bij de Rechtbank waarop de
definitieve lijst met schuldvorderingen wordt vastgesteld. Elke schuldeiser die
het oneens is met een of meer vorderingen op de lijst, of met de aan die
vorderingen toegekende rangorde, kan op de verificatievergadering bezwaar maken
(art. 119 Fw). Dit kan leiden tot een zogenoemde renvooi-procedure. Zijn alle
vorderingen uiteindelijk vastgesteld, dan maakt de curator een uitdelingslijst
op, waarop het bedrag is vermeld dat elke crediteur ontvangt. Dat is meestal een
klein percentage van de oorspronkelijke vordering.
Restvordering
Het gedeelte van de vordering dat niet aan de crediteur wordt uitgekeerd, vormt
een restvordering. Is de gefailleerde een natuurlijk persoon, dan kan de
crediteur na het faillissement opnieuw proberen om betaling van zijn vordering
te verkrijgen. In de praktijk schrijven veel crediteuren hun restvordering af na
het einde van een faillissement.
Omzetbelasting
Omzetbelastingplichtige crediteuren kunnen de (reeds afgedragen) omzetbelasting
over hun vordering terugvragen bij de Belastingdienst. Ontvangen zij een deel
van hun vordering als uitkering uit het faillissement, dan bestaat die voor een
evenredig deel uit omzetbelasting. Dat gedeelte kan dus niet worden
teruggevraagd.
Gevolgen voor werknemers
Heeft de gefailleerde werknemers in dienst, dan kan de curator deze ontslaan
zonder dat de gebruikelijke ontslagvergunning is vereist. Ook kan de werknemer
geen aanspraak maken op enige schadevergoeding volgens de
"kantonrechtersformule". Wel dient de curator hierbij een opzegtermijn in acht
te nemen. Een ontslagen werknemer hoeft het ontslag niet aan te vechten om toch
aanspraak te kunnen maken op een werkloosheidsuitkering. Eventuele vorderingen
wegens achterstallig loon en het loon over de opzegtermijn worden betaald door
het UWV, dat daardoor een vordering verkrijgt op de boedel.
De curator kan van werknemers verlangen dat gedurende de opzegtermijn nog
werkzaamheden worden uitgevoerd. Dat is immers ook zo tijdens een "normale"
opzegtermijn.
Duur van het faillissement
De Nederlandse wet stelt geen termijn waarbinnen een faillissement moet zijn
afgewikkeld. In de regel duurt de afwikkeling meer dan een jaar, maar een
langere periode is niet uitzonderlijk. Grote faillissementen, bijvoorbeeld van
beursgenoteerde bedrijven, kunnen wel tien of vijftien jaar duren. Deze lange
duur kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt doordat een curator de uitkomst af moet
wachten van procedures die hij voert ten behoeve van de boedel. Ook duurt het
vaak lange tijd voordat instanties als de Belastingdienst en bedrijfsvereniging
hun definitieve vorderingen hebben ingediend.
Einde van het faillissement
Een faillissement kan eindigen op verschillende manieren:
Door gebrek aan baten (officieel: vanwege de toestand van de boedel). Zijn er
onvoldoende baten om een bedrag uit te kunnen keren aan schuldeisers, dan wordt
het faillissement opgeheven bij gebrek aan baten. Is de gefailleerde een
natuurlijk persoon, dan blijven de schulden staan en kan de ex-failliet opnieuw
te maken krijgen met deurwaarders. De ex-failliet kan zelfs later opnieuw
failliet verklaard worden.
Door homologatie van een akkoord. De failliet kan eenmalig een akkoord
voorstellen aan de schuldeisers. Een dergelijk voorstel houdt vaak in dat de
failliet een percentage van de betreffende vordering betaalt, waartegenover hij
voor het restant wordt bevrijd van zijn schulden. Wanneer meer dan de helft van
de schuldeisers akkoord gaat met het voorstel en deze schuldeisers samen ook
meer dan de helft van de uitstaande schuld te vorderen hebben, is het voorstel
aanvaard. Maar zelfs als deze meerderheid niet wordt gehaald, kan de rechter
soms toch bepalen dat het voorstel als aangenomen geldt, te weten indien ten
minste driekwart van de schuldeisers heeft vóórgestemd (ongeacht welk deel van
de uitstaande schuld zij te vorderen hebben) en het voorstel is verworpen als
gevolg van "onredelijk" stemgedrag van een of meer schuldeisers. Als het akkoord
is aangenomen en de rechter het akkoord bekrachtigt (homologeert), zijn ook de
overige schuldeisers gebonden aan het akkoord. Het akkoord ziet slechts op de
concurrente schuldeisers, dat wil zeggen, de schuldeisers die geen
voorrangsrecht hebben, zoals de Belastingdienst. Deze schuldeisers zijn niet
gebonden aan het akkoord en moeten dus sowieso worden voldaan, tenzij ze los van
het akkoord genoegen nemen met minder dat het volledige bedrag. Indien tegen de
homologatie geen beroep wordt ingesteld of het beroep wordt afgewezen, eindigt
het faillissement. Wanneer de ex-failliet de afspraken niet nakomt, kunnen er
gerechtsdeurwaarders worden ingeschakeld, of kan opnieuw het faillissement
worden uitgesproken.
Door verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Wanneer er geen akkoord komt
en er voldoende baten zijn, zal de curator aan elke schuldeiser een bedrag
toekennen. Het faillissement eindigt nadat de betalingen zijn gedaan.
Een bijzonder soort uitdelingslijst moet worden opgesteld als uit de
faillissementsboedel wel alle boedelschulden (salaris curator e.d.) kunnen
worden betaald, maar slechts een deel van de preferente schuldeisers
(belastingdienst en UWV) voldaan kan worden. In dat geval eindigt het
faillissement door het verbindend worden van de 'vereenvoudigde'
slotuitdelingslijst conform artikel 137a Fw. Voor normale ('concurrente')
schuldeisers blijft dan niets over.
Einde rechtspersoon
Tenzij het komt tot homologatie van een akkoord, betekent het einde van het
faillissement tevens het einde van de failliete rechtspersoon.
'Voortleven' schulden natuurlijk persoon
Tenzij de gefailleerde natuurlijk persoon erin slaagt een akkoord gehomologeerd
te krijgen, betekent het einde van het faillissement niet dat de schulden
vervallen. Elke schuldeiser kan na het faillissement dus weer trachten zijn
vordering bij de ex-gefailleerde te innen. In de praktijk zullen veel
concurrente crediteuren (het restant van) hun vorderingen afschrijven, indien
zij geen of slechts een kleine uitkering ontvangen uit het faillissement. UWV en
fiscus plegen echter na het einde van het faillissement van een natuurlijk
persoon de invordering weer ter hand te nemen.
Onder bepaalde omstandigheden kunnen natuurlijke personen vervolgens in
aanmerking komen voor een wettelijke schuldsanering (Wet Schuldsanering
Natuurlijke Personen (WSNP)). Onder toezicht van een bewindvoerder dient de
voormalige failliet (nu: saniet) dan vervolgens gedurende doorgaans drie jaar te
worden gespaard ten behoeve van de gezamenlijke crediteuren. Als die tijd
daadwerkelijk wordt volgemaakt wordt aan de saniet door de rechtbank de schone
lei verleend. Dat betekent dat de dan restschulden niet meer kunnen worden
ingevorderd door de schuldeisers. Er resteert nog slechts een natuurlijke
verbintenis. In veel gevallen slaagt de saniet er echter niet in de regeling tot
een goed einde te brengen en volgt opnieuw het faillissement.
Opbrengsten die buiten het faillissement vallen
Tal van zaken die de curator in de boedel aantreft, kunnen buiten het
faillissement vallen. Dit is bijvoorbeeld het geval indien er een hypotheek is
gevestigd op het bedrijfspand van de gefailleerde, of wanneer de gefailleerde
zaken heeft verpand aan een derde, bijvoorbeeld aan de bank. pand- en
hypotheekhouders (ook wel separatisten genoemd) vallen strikt genomen buiten het
faillissement, zodat zij hun rechten kunnen uitoefenen alsof er geen
faillissement was. Zij kunnen de verpande of verhypothekeerde zaken dus verkopen
en de opbrengst zelf behouden. Voorts kunnen crediteuren die onder
eigendomsvoorbehoud hebben geleverd, de geleverde zaken - voor zover die zich
nog in de boedel bevinden - terugvorderen van de curator. Dit heet revindiceren.
In bepaalde gevallen zal de curator wel een boedelbijdrage vragen voor verleende
medewerking, bij het (laten) uitoefenen van de rechten van derden.
Verdeling
Alleen de opbrengsten die wél "in de boedel vallen" komen in aanmerking voor
verdeling.
Eerst boedelschulden, dan faillissementsschulden
Uit de boedel worden allereerst de boedelschulden voldaan. Dit zijn, in
beginsel, de schulden die noodzakelijkerwijs moesten worden gemaakt om het
faillissement af te kunnen wikkelen. Hieronder vallen onder meer de kosten van
de curator, gemaakte taxatiekosten, huurtermijnen na de faillissementsdatum,
kosten van levensonderhoud van de gefailleerde en het salaris dat werknemers
gedurende de opzegperiode ontvangen. Pas na betaling van deze boedelschulden kan
- als er nog actief resteert - worden begonnen aan betaling van de
faillissementsschulden, dat zijn de schulden die reeds op de faillissementsdatum
bestonden. De wet is niet duidelijk over de vraag, welke schulden boedelschulden
zijn en welke niet. Jurisprudentie heeft er in de afgelopen decennia toe geleid
dat steeds meer schulden tot de boedelschulden moeten worden gerekend.
Wettelijke regels van voorrang
De paritas creditorum is het principe, dat alle schuldeisers voor de wet gelijk
zijn. Aan elke schuldeiser komt, volgens dit principe, een pro-rata deel toe van
de opbrengsten die het faillissement oplevert. De wet maakt echter een
uitzondering voor "wettelijke regels van voorrang". Is er onvoldoende actief om
de boedel- en vervolgens de faillissementsschulden geheel te voldoen, dan worden
deze schulden voldaan met inachtneming van deze regels.
Een voorbeeld van zo'n voorrangsregel is het retentierecht, het onder zich mogen
houden van te repareren zaken totdat er betaald is. Heeft een garage een auto
gerepareerd en gaat de eigenaar failliet terwijl de auto nog in de garage staat,
dan kan de garagehouder aanspraak maken op betaling van de reparatiekosten
alvorens hij tot afgifte van de auto kan worden gedwongen. In de praktijk
profiteren vooral de overheid (fiscus) en semi-overheid (UWV) van de
voorrangsregels, omdat zowel belastingen als werknemerspremies onder de
bevoorrechte (preferente) vorderingen zijn gerangschikt.
De wijze waarop vorderingen van verschillende rangorde worden uitbetaald, kan
worden vergeleken met het volschenken van een piramide champagneglazen. Pas als
het bovenste glas geheel gevuld is, begint het over te lopen en worden de glazen
daaronder gevuld. Met het betalen van een lager gerangschikte vordering wordt
dus pas begonnen, zodra een hoger gerangschikte vordering geheel is betaald.
Genieten twee vorderingen een gelijke rang, dan wordt van elke vordering een
evenredig percentage voldaan. Dit heet ponds-pondsgewijze verdeling.
De verdeling vindt dus als volgt plaats:
Allereerst worden, voor zover mogelijk, de boedelschulden betaald. Daaronder
vallen het salaris van de curator, huur en salaris na faillissementsdatum.
Het eventuele restant gaat naar de bevoorrechte (preferente) vorderingen,
waaronder de aanvraagkosten van het faillissement, rijksbelastingen en premies.
Het eventuele restant gaat naar de concurrente ("gewone") schuldeisers.
Indien de concurrenten geheel zijn voldaan, gaat het restant naar de eventuele
achtergestelde schuldeisers.
Is er zelfs nu nog geld over, dan wordt dit uitgekeerd aan de aandeelhouder(s)
indien het een NV of een BV betreft. In het faillissement van een natuurlijk
persoon gaat het restant naar de gefailleerde zelf.
Meestal is er bij lange na niet voldoende geld om alle schuldeisers te voldoen.
Vaak ontstaan er dan conflicten of zelfs procedures tussen een schuldeiser en de
curator, of schuldeisers onderling. Wanneer kleinere bedrijven concurrente
schuldeisers zijn, betekent dit vaak dat ze zelf in betalingsnood komen. Een
keten van faillissementen kan dan het gevolg zijn.
Schuldhulpverlening komt voor in veel verschillende vormen. Het voordeel van aankloppen bij officiciële instanties is dat je zekerheid hebt dat je professioneel geholpen wordt, en dat er veelal gewerkt wordt met een gedragscode en klachtenrecht. Ook zul je niet hoeven te betalen voor deze schuldhulpverlening: dit is wettelijk verboden. Als je bij één van die officiële instanties aanklopt, zullen ze eerst allerlei informatie van je willen. Je krijgt een aanvraagformulier of een intakegesprek waar je veel vragen moet beantwoorden over je schuldensituatie.